Rebranding - van regas naar myneva

31 min read - published on september 28, 2020

‘Niemand kan wat wij kunnen’

Hij werd in september 2019 CEO van myneva. Meteen zette Hartmut Clausen een nieuwe koers in voor het bedrijf, inclusief de re-branding van myneva’s dochterbedrijven. Waarom vond hij die nieuwe koers nodig? En waarom vindt hij zichzelf de juiste CEO voor myneva? ‘Het zou jammer zijn, een gemiste kans, als we niet nauwer samenwerkten om het beste uit onze unieke positie te halen.’

Waarom wilde u
CEO van myneva worden?
‘In deze rol komt een aantal van mijn favoriete aandachtsgebieden samen: IT-oplossingen, de sociale-zorgmarkt en management, vooral op het vlak van financiën en control. Door de jaren heen heb ik op al die gebieden behoorlijk wat interesse, ervaring en expertise ontwikkeld. Los hiervan zag ik snel de toegevoegde waarde die myneva’s dochterbedrijven voor elkaar konden hebben. Ik kende de meeste al wel, maar verdiepte me extra in hen en zag toen helder voor me hoe ze konden samenwerken, elkaar konden versterken en gezamenlijk vooruit konden komen. Zodra ik dat beeld voor ogen kreeg, stemde ik in om te solliciteren voor deze baan.’

Werd u dan gevraagd om te solliciteren?
‘Ik kreeg een telefoontje van een headhunter. Die had mijn achtergrond zorgvuldig bekeken en vond me goed bij myneva passen. Ik was toen nog CEO van Hospital zum Heiligen Geist, Hamburgs oudste stichting – welbekend in Noord-Duitsland. Destijds had deze organisatie ongeveer duizend medewerkers en zorgde ze voor zo’n 1.250 mensen, bijvoorbeeld via ambulante, instellings-
en thuiszorg. Hier leerde ik onder andere meer over de praktijk van ouderenzorg en legde ik een sterke nadruk op marketing. Deze focus bleef niet onopgemerkt: in de vijf jaar dat ik het bedrijf leidde, wonnen we twee Duitse marketingprijzen.’

Was dit uw eerste ervaring met de ouderenzorgmarkt?
‘Nee, ik had daar al speciale interesse in. In het bijzonder sinds 2010, toen ik begon aan mijn research-doctoraat in de Economie – een langgekoesterde wens. Het proefschrift dat ik drie jaar later inleverde ging over exact dat onderwerp: ouderenzorg. Ik maakte voor mijn onderzoek een vergelijking tussen ambulante en instellingszorg voor ouderen, vanuit een financieel perspectief. Mijn werk aan dit proefschrift maakte me nog bewuster van de commerciële kansen die ouderenzorg bood. Het is echt een heel grote markt, die in de nabije toekomst zal blijven groeien. Niet alleen in Duitsland, maar ook in veel andere landen, inclusief Nederland.’

En na je proefschrift besloot u gebruik te maken van dit inzicht?
‘Inderdaad. Ik zag dat ouderenzorgorganisaties nog veel konden verbeteren, en dat degene die daar een poging toe zouden wagen sterkere marktspelers konden worden. Dus toen Hospital zum Heiligen Geist mij in 2014 vroeg om CEO te worden, greep ik de kans. Vol enthousiasme startte ik verschillende projecten om de organisatie op een hoger niveau te krijgen. Een voorbeeld? In Duitsland neemt ambulante zorg steeds meer de plek in van instellingszorg; ik wilde dat Hospital zum Heiligen Geist in die beweging meeging. Dit betekende wel dat we flink moesten veranderen. Toen ik vertrok waren we op het juiste pad en gelukkig is mijn opvolger de klus uitstekend aan het voltooien.’

Had u alleen ervaring met ouderenzorg toen u bij myneva startte?
‘Nee. Voordat ik bij Hospital zum Heiligen Geist aan de slag ging, had ik voor een andere grote stichting in Hamburg gewerkt: de Evangelische Stiftung Alsterdorf. Deze organisatie, die in mijn tijd 5.500 medewerkers telde, levert zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. Als CFO had ik veel verschillende taken; van het implementeren van SAP-software en een nieuw IT-datacentrum tot het coördineren van de bouw van huizen voor cliënten. Geen van deze taken draaide direct om zorgverlening. Toch kreeg ik door de jaren heen een vrij goed beeld van wat de zorg voor verstandelijk beperkte mensen omvatte; van wat de belangrijkste werkprocessen en uitdagingen waren.’

Begon u met uw research-doctoraat toen u daar werkte?
‘Nee. Een jaar voordat ik met mijn onderzoek begon, besloot ik een andere langgekoesterde wens te vervullen: het opzetten van een eigen bedrijf. Ik vertrok bij de Evangelische Stiftung Alsterdorf en startte een adviesbureau voor de sociale-zorgmarkt: Akquinet Business Consulting. Als ondernemer hielp organisaties in heel Duitsland om de juiste software te kiezen, implementeren en managen. In de vijf jaar dat ik dit bedrijf runde, leerde ik de meeste IT-oplossingen voor sociale zorg kennen – althans, in Duitsland. Ook kreeg ik een nog duidelijker beeld van de sociale-zorgmarkt. Al deze kennis kwam goed van pas in de banen die ik daarna had, inclusief mijn huidige functie bij myneva.

Had uw eerste baan ook te maken met de sociale-zorgsector?
‘Voor geen meter. Ik begon mijn carrière niet in de sociale zorg. Ook niet in de IT-sector trouwens. Nadat ik mijn diploma Bedrijfseconomie had gehaald, kreeg ik een baan bij Hapag Lloyd. Dit grote bedrijf richtte zich op goederentransport over zee. Ik werkte er een aantal jaren als accountant en controller. Vanaf het prille begin kreeg ik al verantwoordelijkheid over IT-projecten, vaak met een internationale reikwijdte. Zo regelde ik bijvoorbeeld de implementatie van een wereldwijd managementinformatiesysteem. Dit paste goed bij me: ik heb altijd veel interesse gehad in manieren waarop je IT kunt inzetten om organisatieprocessen te verbeteren. Die interesse verklaart, nogmaals, een groot deel van mijn enthousiasme voor myneva.’

U heeft meerdere bedrijven geleid. Wat maakt u een goede CEO?
‘Misschien kun je dat beter aan een van mijn medewerkers vragen. Maar ik denk dat ze zouden zeggen dat ik een heldere visie heb en dat ik daar steun voor weet te krijgen.
Hopelijk vertellen ze dan ook dat ik echt naar hen luister; dat ik hun gedachten en gevoelens serieus neem; dat ik het belangrijk vind om de situaties, richting en doelen van ons bedrijf met hen te bespreken; dat hiërarchie me bij dit alles niet in de weg staat; dat ik een scherp oog heb voor financiële cijfers, maar mij niet blindstaar op getallen; dat ik het belang zie van goede IT; dat ik geloof in marketing; dat ik medewerkers aanspoor doelgroepsgericht te denken; en dat ik theorie en praktijk weet te verbinden: ik kan abstracte concepten of analyses goed vertalen naar concrete acties, processen en producten.’

Wie is een inspiratiebron voor u als leider?
‘Meerdere mensen, eigenlijk. Toen ik mijn eigen start-up had, was ik bijvoorbeeld erg onder de indruk van de CEO van mijn moederbedrijf. Vooral vanwege zijn ondernemerschap: de manier waarop hij zakelijke kansen creëerde en greep. Mijn baas bij Hapag Lloyd was eveneens een voorbeeld voor me. Niet alleen omdat hij de zaken financieel uitmuntend op orde had, maar ook omdat hij erg helder was in zijn besluitvorming en de manier waarop hij die besluiten communiceerde aan ons, zijn medewerkers. Een derde inspiratiebron was mijn baas
bij Hospital zum Heiligen Geist, tevens pastor – sterker nog, de meest ondernemende pastor die ik ooit gezien heb. Hij leerde mij hoe ik een visie zó kon overbrengen dat mensen zich erachter schaarden. Helaas stierf hij op zijn zestigste aan kanker, na een leven waarin hij werk altijd boven privé had geplaatst. Dat benadrukte voor mij nog eens het grote belang van een gezonde werk-privébalans.’

Wat is uw visie voor myneva, nu u CEO bent van het bedrijf?
‘Ik wil dat we onbetwiste marktleider worden in de sociale-zorgsectoren van alle DACH- en Benelux-landen waar we nu werken. Of om wat specifieker te zijn: ik wil dat we bekend komen te staan als dé deskundige en veelgevraagde trendsetter op het gebied van professionele oplossingen voor sociale-zorgorganisaties. Vooral als het gaat om efficiënte processen, stakeholder-integratie en zakelijke control. Mijn visie is erop gericht dat we álle soorten sociale-zorgorganisaties in ál die landen de best mogelijke IT-oplossingen bieden. En dat we ons dus niet meer richten op één sociale-zorgdomein in land A en een ander sociale-zorgdomein in landen B, C en D.’


Wat moet er gebeuren om deze visie te verwezenlijken?
‘Tot nog toe biedt elk van onze dochterbedrijven oplossingen aan specifieke organisaties in een beperkt deel van de sociale-zorgmarkten van DACH- en Benelux-landen. Zo focust carecenter op ouderenzorg, rehabilitatie en complexe zorg in Oostenrijk; heimbas op ouderenzorg in Duitsland; daarwin op kind- en jongerenzorg in Duitsland, Oostenrijk en Luxemburg; en regas op sociaal werk in Nederland, België en Luxemburg. Eén van myneva’s doelen is dat zij hun oplossingen met elkaar delen en aanscherpen voor hun eigen markten. Op deze manier heeft elk van hen het breedst mogelijke scala aan geoptimaliseerde producten en diensten voor de hele sociale-zorgsector in eigen land.’

Zijn er concurrenten die dit al doen?
‘Niet zoals wij zouden kunnen. Als het aankomt op ons soort sociale-zorgoplossingen, is myneva de enige aanbieder in zowel DACH- als Benelux-landen
. We zijn zeer goed gepositioneerd om onze oplossingen, kennis en geleerde lessen van de ene markt naar de andere over te brengen. En het zou slim zijn om van die positie gebruik te maken, want de oplossingen die we in het ene land aanbieden kunnen vaak zonder veel aanpassingen toegepast worden in het andere land – of het nu voor het verbeteren van control, rapportage en bedrijfsinformatie is, of voor het versterken van online processen en communicatie tussen cliënten, stakeholders en/of medewerkers. Het zou jammer zijn, een gemiste kans, als we niet nauwer samenwerkten om het beste uit onze unieke positie te halen. Dat is dan ook waar we nu mee zijn begonnen, onder andere via ons re-brandingsproces.’

Wat houdt dat re-brandingsproces precies in?
‘Alle dochterbedrijven van myneva zullen uiteindelijk hetzelfde logo en dezelfde kleuren in gebruik nemen. Ook dragen ze straks allemaal dezelfde naam: “myneva”. Niet iedereen zal volledig op deze naam overstappen, althans, niet meteen. Alleen regas doet dat. De andere bedrijven kiezen eerst voor een tussenstap; zij nemen “myneva” over én behouden hun eigen naam. Zo zal heimbas de komende tijd “myneva heimbas” heten. Zodra we zien dat huidige en mogelijke klanten gewend zijn aan “myneva” laten we de originele namen vallen en behouden we alleen “myneva”. Waarom niet “myneva”? Omdat “myneva” te technisch klinkt; niet persoonlijk genoeg voor de sociale-zorgmarkt. Als het een heel bekende naam was geweest, had ik er misschien wel voor gekozen. Maar zorgorganisaties kennen doorgaans alleen de namen van myneva’s dochterbedrijven.’

Kunt u iets meer vertellen over de doelen van de re-branding?
‘Als bedrijf gaan we een toekomst tegemoet waarin we één en dezelfde grote verzameling IT-oplossingen aanbieden aan alle sociale-zorgmarkten van al onze doellanden. Veel van deze oplossingen zullen flexibel met elkaar te verbinden bouwblokken zijn waaruit klanten eenvoudig kunnen kiezen. Het voorkomt verwarring onder klanten als alle oplossingen dezelfde bedrijfsnaam dragen in plaats van verschillende. Daarnaast kan een naam als “heimbas” mensen op het verkeerde been zetten; Duitstaligen zullen het woord associëren met een verzorgingshuis voor ouderen, met instellingszorg voor een specifieke groep dus, terwijl wij de hele sociale-zorgmarkt willen bedienen. In de derde plaats helpt de re-branding een gevoel van eenheid te creëren onder onze dochterbedrijven; een besef van diepgaande onderlinge verbinding. Dat zal hen motiveren om nog meer oplossingen, kennis en ervaring met elkaar te delen.’

Bent u ongerust over mogelijke negatieve gevolgen van de re-branding?
‘Nee, want ik denk dat we deze verandering heel goed kunnen uitleggen aan onze klanten. En dat we hun kunnen verzekeren dat onze dienstverlening niet slechter of minder persoonlijk zal worden; integendeel zelfs. Ook zie ik dat elke dochteronderneming myneva’s nieuwe doel en visie onderschrijft, wat eveneens essentieel is. Tijdens de informatierondes en gesprekken bij deze “dochters” heb ik net zoveel enthousiasme over onze toekomst gezien als ik zelf voel. Niet dat er helemaal geen zorgen waren. We zouden bijvoorbeeld klanten kunnen verliezen als we de namen van onze bedrijven te snel veranderen. Uit onderzoek blijkt dat dit vooral een risico is in Duitsland en Oostenrijk, dus nemen we daar de tussenstap om “myneva” aan de originele naam te plakken. Deze stap lijkt onnodig voor regas; haar klanten vinden een volledige naamsverandering prima, zolang zij van tevoren goed ingelicht worden.’

Krijgen alle klanten toegang tot dezelfde grote verzameling oplossingen?
‘Inderdaad, uit welk land ze ook komen. We willen bestaande, bewezen oplossingen van het ene DACH- of Benelux-land naar het ander overbrengen, waar nodig of gewenst met kleine aanpassingen of verbeteringen. Daarnaast willen ook nieuwe oplossingen creëren die overal toegepast kunnen worden; in alle landen, alle markten en alle soorten sociale zorg. Sterker nog, de ontwikkeling van zulke algemene oplossingen is al in volle gang. Onlangs introduceerden we bijvoorbeeld SafeChat: een chat-tool van hoge kwaliteit voor mobiele telefoons.
Heel vergelijkbaar met WhatsApp, maar dan AVG-proof. Je kunt het gebruiken om tekstberichten te sturen, maar ook om van persoon naar persoon of als groep te videobellen. SafeChat is een “cross-over solution”; een oplossing die makkelijk te verbinden is met bestaande IT-oplossingen voor sociale zorg, als een soort bouwblok.’

Komen er meer van dit soort cross-over-oplossingen?
‘Jazeker, we willen een steeds omvangrijkere microservice-architectuur bouwen. We stellen klanten graag in staat om meer en meer oplossingen aan elkaar te koppelen; om díegene te kiezen en combineren die bij hun specifieke behoeftes passen. Dit is een uniek soort flexibiliteit die als een frisse wind door de nationale sociale-zorgmarkten zal waaien. SafeChat is het eerste voorbeeld van de vele algemene, koppelbare, cloudgebaseerde, mobiele en stakeholdergerichte oplossingen die we de komende jaren hopen te ontwikkelen. SafeChat is daarbij ook een oplossing die cliënten niet op zichzelf kunnen gebruiken; het moet via een myneva/myneva-portal verbonden zijn aan één van onze andere oplossingen. Hetzelfde geldt voor microservices als ons documentatietemplate voor de basiszorg, die aan te passen is aan de behoeftes en vereisten van specifieke markten en organisaties.’

U zegt dat SafeChat ‘cloudgebaseerd’ is. Is dat een nieuwe eigenschap van myneva’s oplossingen?
‘Tot nog toe zijn cloudgebaseerde oplossingen behoorlijk nieuw voor onze dochterbedrijven, met uitzondering van regas. Sterker nog: regas is een voorloper op dit gebied; zij doet alles al in de cloud. Haar kennis en ervaring, ook met betrekking tot online SaaS-processen,
zijn heel nuttig voor onze dochterbedrijven op de Duitse en Oostenrijkse markt. Net zoals heimbas’ oplossingen voor ouderenzorg en financiële accounting bruikbaar zijn voor regas en andere dochterondernemingen. Het is, nogmaals, allemaal een kwestie van uitwisseling en gebruikmaken van elkaars expertise, van samen vooruitgaan – ook op het gebied van Research and Development trouwens.’

Ontwikkelt myneva al haar nieuwe oplossingen zelf?
‘De meeste wel, maar niet noodzakelijkerwijs allemaal. Laatst zag ik bijvoorbeeld dat we in elke sociale-zorgmarkt te weinig instrumenten aanboden voor kwaliteitsmanagement. Dus kochten we iQM, een startup die exact dat soort instrumenten maakt en zelfs al een goede kwaliteitsmanagementoplossing had ontwikkeld. Ook deze oplossing heeft een “cross-over”-karakter; onze klanten kunnen haar dus laten koppelen aan onze bestaande oplossingen voor de sociale-zorgmarkt.
Dit gebeurt al in Oostenrijk en Duitsland, met goede resultaten. Nederland, België en Luxemburg zullen snel volgen. Ik ben ervan overtuigd dat deze kwaliteitsmanagementoplossing daar dezelfde toegevoegde waarde zal hebben.’

Verwacht u groei voor myneva?
‘We zitten nu in vijf landen, hebben een omzet van 20 miljoen euro en bieden werk aan 160 mensen. Al deze getallen zullen vast en zeker groter worden naarmate we nog intensiever onze focus op stakeholders leggen, onze kansen in andere landen verkennen, interessante bedrijven kopen, oplossingen uitwisselen tussen onze dochterbedrijven, nieuwe cloudgebaseerde producten ontwikkelen, mogelijkheden bieden aan klanten om oplossingen met elkaar te combineren, onze positie versterken in de sociale-zorgdomeinen waar we al zitten en activiteiten ontplooien in de domeinen waar we nog niet zijn. Voor regas betekent dit laatste bijvoorbeeld dat zij óók IT-oplossingen gaat leveren aan zorgorganisaties die zich richten op ouderen en mensen met een beperking.’

U zegt dat u een intensievere stakeholderfocus wilt. Wat bedoelt u hiermee?
‘We moeten nog meer aandacht hebben voor wat huidige en potentiële klanten echt willen en nodig hebben – of het nu gaat om grote bedrijven of kleine stichtingen. Dat is een voorwaarde voor succes. Onze stakeholderfocus heeft er al toe geleid dat we heel, heel flexibele producten leveren: dat is wat klanten willen. Maar die focus is niet alleen belangrijk om nieuwe oplossingen te produceren; ze is ook essentieel voor de ontwikkeling van ondersteuningsprocessen en een goed re-brandingsproces. We moeten weten hoe we het best aan klanten kunnen uitleggen waarom onze dochterbedrijven van naam, logo en kleur veranderen. En om effectieve merkcommunicatie te creëren, zoals websites, moeten we ook weten waar ontvangers van deze communicatie interesse in hebben, wat hun uitdagingen zijn, wat ze opgelost willen hebben, hoe ze aangesproken willen worden, enzovoorts.’

Kunt u wat vertellen over uw toekomstplannen?
‘Ik zou onder andere meer Research and Development-projecten willen doen. We doen er nu al vier of vijf in Oostenrijk, met heel succesvolle pilots. Ik zou de kennis uit deze pilots naar Duitsland en de Benelux-landen willen overbrengen en daar vergelijkbare projecten willen opzetten. Eigenlijk zou ik graag zien dat al onze dochterbedrijven eraan meedoen. Een van de huidige pilots draait om Free Walker. Dit is een IT-oplossing die mensen met cognitieve aandoeningen als dementie helpt om de weg te vinden naar de dokter in de buurt – en daarbij niet te verdwalen. Als zo’n patiënt ondanks Free Walker wél de weg kwijtraakt, krijgt de dokter een waarschuwingsseintje. Dankzij deze “geofencing”-technologie voelen klanten zich steeds onafhankelijker en tegelijkertijd veel veiliger. Ik hou echt van zulke IT-oplossingen; het soort dat mensen daadwerkelijk een beter leven biedt.’

Maarten de Jong